Biores

Nieuws

Biogas bedreigt wild


 

De jongen van in het wild levende dieren zijn vanaf medio/eind april tot eind juni min of meer weerloos overgeleverd aan alle bodembewerkings- en oogstactiviteiten.

Naast de productie van voedergewassen zorgt de teelt van ‘biogasgewassen’ de laatste tijd voor extra verliezen onder het jongwild.

 

Maïsteelt levert betrekkelijk weinig problemen op. De bodembewerking vindt hier immers vóór het begin van broed- en geboortetijd plaats, terwijl pas in de herfst wordt geoogst. Hoewel maïs het wild weinig beschutting biedt, is de schade ook betrekkelijk gering. Veel gevaarlijker is de teelt van tussengewassen zoals winterrogge en Italiaans raaigras die begin mei, vóór het inpoten met maïs, worden geoogst. Hierbij komt veel jongwild om en gaan legsels van vogels verloren. In april nodigen deze tussengewassen door hun hoogte de dieren uit om er beschutting te zoeken voor reekalfjes, jonge hazen en legsels. De vroege oogst werkt als een val voor de desbetreffende dieren. Moderne maaimachines met wel 13 meter werkbreedte en snelheden van circa 15 km/u maken zelfs slachtoffers onder de al wat oudere reeën. Nachtelijk maaiwerk zorgt voor extra verliezen, doordat de dieren dan minder snel vluchten.

 

Zelfs bij gebruikmaking van afschrikkingsmiddelen (plastic zakken, radio, knipperlichten), doorzoeken van het maaiperceel en van binnen naar buiten maaien, kunnen vaak slechts de volwassen dieren worden gered. Moederdieren werpen in naastgelegen graanvelden soms opnieuw nageslacht. Wordt daar later geoogst, dan kan in een heel gebied met teelt van snijrogge en GPS de aanwas van jongwild worden geminimaliseerd. Dit kan bij zeldzame soorten tot bedreiging van het voortbestaan in het desbetreffende gebied leiden. Daarom dienen alle ontwikkelingen rond biogasproductie met oogsten vóór 1 juli kritisch benaderd te worden.

 

Een mogelijke oplossing biedt de in het kader van het Biores-project geteste teelt van tussengewassen (o.a. zomergraan, zonnebloemen) na de oogst van de gebruikelijke wintergerst. Deze tussengewassen zouden tussen 10 en 20 juli gezaaid moeten worden. De opbrengsten zijn vergelijkbaar met die van snijrogge, maar zónder het nadeel van een lagere maïsopbrengst. In het wintergraan kan het jongwild ongestoord groeien, terwijl na de oogst de tussengewassen al snel weer bescherming bieden. Bij oogst van de zomertussengewassen in oktober zijn de jonge dieren al zo groot dat ze kunnen vluchten, tenminste als de oogstmachines niet ’s nachts de akkers op gaan.

 

Dr. F.-F. Gröblinghoff, Fachhochschule Südwestfalen, Agrarwissenschaft, Soest

 

 

 

De brochure ‘Wildtiere schonen’ geeft tips (in het Duits) voor wildvriendelijk oogsten en maaien. Klik hier om de brochure te lezen of te downloaden.