Biores

Nieuws

Vijf vragen over biogas in Gelderland aan …


Roland Bus, projectleider energie provincie Gelderland

 




1. Stimuleert uw provincie productie en benutting van biogas? Zo ja, op welke wijze en waar?

Gelderland ondersteunt de klimaatdoelen van de Europese Unie en het Kabinet en heeft deze vertaald naar Gelderland, aangevuld met specifieke Gelderse kansen en uitdagingen met een klimaatneutrale energiehuishouding in 2050 als einddoel. Het aandeel duurzame energie moet in 2020 op 15% van het totale Gelderse energieverbruik liggen. Dit alles is vastgelegd in het Gelders Klimaatprogramma ‘Aanpakken en aanpassen’ 2008-2011. Overigens is er momenteel een nieuw programma Energietransitie in voorbereiding. Wij zetten in onze energietransitie-aanpak vooral in op beperking van de energievraag en mogelijkheden voor efficiëntere benutting van hernieuwbare energiebronnen of grondstoffen. Daarbij speelt biomassa in onze provincie een belangrijke rol. Vooral in de productie van biogas zien we grote kansen.

Vanaf 2008 hadden we een subsidieregeling bio-energie om haalbaarheidsonderzoeken ten aanzien van bio-energieproductie te ondersteunen. Daarnaast ondersteunen en stimuleren we met het project Biogas Infrastructuur Oost Nederland (BION) marktpartijen en overheden in Gelderland om collectief de keten (productie, transport en gebruik) van biogas te realiseren. Daarbij is er met name gekeken naar de regio’s met de meeste mest. In de Achterhoek zijn we samen met partijen in Berkelland bezig met de realisatie van een biogasinfrastructuur van Borculo naar Groenlo om meer dan 30 miljoen m3 groen gas te produceren en benutten. Met BION stimuleren we overigens ook innovaties.

 

De provincie Gelderland werkt op het gebied van energie en klimaat, en vooral bij groengasprojecten samen met de provincie Overijssel. We zijn ook betrokken bij een tweetal Interreg-projecten, waaronder BIORES, dat zich richt op het bevorderen van beschikbaar komen van biomassa, en Groen Gas, dat zich op de gehele keten van Groen Gas richt.

Daarnaast hebben we twee bio-energieconsulenten in dienst, die als intermediair fungeren tussen bedrijven en de provincie. Zij kennen de sector, leggen contacten, sporen nieuwe initiatieven op en zoeken naar nieuwe kansen.

 

2. Waar liggen volgens u de beste kansen voor biogas?

Met het project BION stimuleren we biogasproductie op verschillende schaalniveaus en op plaatsen waar de biomassa beschikbaar komt. We zetten daarbij in agrarische gebieden in op gastransport in plaats van mesttransport. Dit betekent veelal decentraal produceren, en centraal opwerken dan wel gebruiken. De mestrijke regio’s bieden hierbij dus grote kansen.

 

3. Scoort uw provincie qua benutting van biogas beter of slechter dan het landelijk gemiddelde?

Het blijkt dat het produceren van biogas moeilijk rendabel te krijgen is. Volgens de Rabobank draaien veel biogasinstallaties in Nederland met verlies. Met name in mestoverschotgebieden geldt dit, omdat de uitvergiste mest (digestaat) tegen hoge kosten elders moet worden afgezet. Dit drukt sterk op de businesscase en zorgt ervoor dat de biogasproductie in zuidoost-Nederland nog moeilijk van de grond komt. Om die reden zijn we met BION niet alleen bezig met het stimuleren van de productie van biogas maar zetten we tevens in op het verwaarden van het digestaat. Dit moet ervoor zorgen dat op termijn biogasproductie rendabel kan waardoor er meer biogas geproduceerd gaat worden. Vergelijken we Gelderland met noord-Nederland dan scoren we nog lager als het gaat om biogasproductie. Oost-Nederland biedt daarentegen wel grote kansen als het gaat om biogasproductie.

 

4. Wat is de plaats van biogas in het Gelders beleid ten aanzien van duurzame energie?

Zie voor ons beleid het antwoord op vraag 1, en het Gelders Klimaatprogramma 2008-2011. Bio-energie neemt een belangrijke plaats in in dit beleid, energie uit biomassa kent de grootste opgave. Daarin verschilt Gelderland niet veel met Overijssel. Wat de potentie aan biomassa en de problematiek rond de mestvergisting betreft, is de situatie zeker vergelijkbaar. Daarom werken we ook met Overijssel samen.

 

5. Waarin ligt naar uw mening het belang van de contacten tussen uw provincie en de naburige Duitse (eu)regio op het gebied van duurzame energie/biogas?

In Duitsland zijn veel meer biogasprojecten operationeel. De uitgangspunten zijn wel verschillend en in Duitsland gunstiger, zoals het EEG met haar feedin-subsidie, de ruimtelijke inpassing in het buitengebied, en de regelgeving rond co-vergisting. In Duitsland worden bioagsinstallaties al langer fors gestimuleerd. Qua digestaatproblematiek en de zoektocht naar alternatieve co-substraten, zijn er overeenkomsten. Wat de techniek aangaat, kunnen we eveneens leren van Duitsland. De Duitsers hebben duidelijk een voorsprong bij biogas, maar krijgen ook te maken met knelpunten, die we mogelijk kunnen voorkomen, zoals de verzadigde acceptatie bij burgers voor grote co-vergisters. Ook zie je in Duitsland waar nog met name ingezet is op productie van groene elektriciteit een kanteling naar de productie van groen gas. Op dat vlak kunnen Duitsland en Nederland samen optrekken, en van elkaar leren. Het Interreg-project Groen Gas is een mooi voorbeeld waarin we dit samen verder uitwerken.